De drie pijlers van de ademhaling

Ademen is een complex proces. Normaal gezien verloopt onze ademhaling volledig automatisch.

Maar vlot ademen lukt pas als volgende drie componenten volledig op punt staan: psychisch, biomechanisch en biochemisch

We gaan even dieper in op elk van deze drie.

psychisch

Om dit goed te kunnen begrijpen, moeten we vertrekken vanuit de opbouw van ons zenuwstelsel. 

Eigenlijk heeft ons lichaam twee zenuwstelsels. 

Het centraal zenuwstelsel en het autonoom zenuwstelsel.

Simpel gezegd bevat het centraal zenuwstelsel alles waar we ons bewust van kunnen zijn of bewust een invloed kunnen op uitoefenen.

Denk hierbij aan de controle over je spieren als je iets wil vastnemen of je een trede wil opstappen. Maar ook de gevoelszin speelt zich hier af. Zo voel je het bijvoorbeeld als iemand je aanraakt of dat iets warm of koud is.

het autonoom zenuwstelsel

Het autonoom zenuwstelsel daarentegen werkt onbewust.

Zo regelt het heel veel processen in ons lichaam. Hartslag, spijsvertering, de grootte van je pupillen, kippenvel krijgen. Maar ook je ademhaling wordt hierdoor gestuurd.

Dit autonoom zenuwstelsel bestaat dan nog eens uit twee systemen: het (ortho)sympatisch en parasympatisch zenuwstelsel. Het eerste zal actief worden bij stress. En brengt ons in de vecht- of vluchtreactie. 

Het parasympatisch systeem wordt actief bij ontspanning en bevordert het herstel.

Simpel gezegd zal onze ademhaling dus gestimuleerd worden bij stress en rustiger worden bij ontspanning.

Als ons lichaam dus te vaak in deze vecht- of vluchtreactie gebracht wordt, kan dit ook onze ademhaling prikkelen. Tegenwoordig heeft dat wat ons stress bezorgt, meestal ook geen echt fysiek antwoord nodig. De reactie van ons lichaam zal dus ook niet nuttig zijn.

Het gejaagd stil-zitten is één van de belangrijke redenen waarom ademhaling de dag van vandaag verstoord kan worden.

biomechanisch

Ademen is lucht van buiten in de longen brengen en nadien terug naar buiten laten. Of anders gezegd: zuurstof in ons lichaam brengen en koolstofdioxide (CO2) uitstoten.

Hiervoor hebben we in eerste instantie gezonde longen nodig. Zo geraakt de zuurstof vlot in ons bloed.

Maar het zijn de structuren die er rond liggen die ervoor zorgen dat die lucht zich kan verplaatsen: onze wervelkolom, ribben en de ademhalingsspieren.

De longen kleven vast aan onze romp (onze ribben en wervels) en onderaan aan ons middenrif (of diafragma).

Onze wervelkolom en ribben moeten eerst al voldoende beweging toelaten om uit te zetten bij een inademing en terug te keren bij het uitademen.

Daarnaast moeten ook de spieren hun werk doen. Het middenrif is hierbij de belangrijkste ademhalingsspier die we hebben. 

Maar ook deze kan maar goed werken als ook de werking en de spanning van de onderliggende buikspieren aangepast is.

Daarnaast hebben we ook nog andere spieren, vooral in de nek, die mee kunnen helpen met de ademhaling. 

Als we deze teveel zouden aanspreken, kan bijvoorbeeld nekpijn ontstaan.

biochemisch

In onze hersenstam ligt het ademhalingscentrum dat onze ademhaling regelt.

Het baseert zich hiervoor enerzijds op de input van het autonoom zenuwstelsel. Als we moeten vechten of vluchten, zullen we dus ook meer ademen. Worden we rustig daarentegen, dan vermindert ook de ademhaling.

Daarnaast baseert het ademhalingscentrum zich ook nog op andere waarden om de ademhaling te bepalen. De voornaamste zijn de zuurstof- en koolstofdioxideconcentratie en de zuurtegraad van het bloed.

Het is voor ons functioneren belangrijk dat deze waarden op een correct niveau gehouden worden. We proberen dit via onze ademhaling zo goed mogelijk onder controle te houden.

Maar ook hier kunnen fouten ontstaan.

Ademen we teveel, dan zal de CO2 concentratie in het bloed vaak ook zakken. En hierdoor ontstaan dan weer andere bijkomende klachten zoals duizeligheid of tintelingen.